Waarom je brein niet gemaakt is voor de wereld waarin je leeft

Waarom je brein niet gemaakt is voor de wereld waarin je leeft

Waarom voelt het alsof je gedrag steeds vaker wordt gestuurd door wat er om je heen gebeurt? Waarom reageren we sneller, kiezen we makkelijker voor afleiding en houden we minder lang vast aan wat we eigenlijk wilden doen?

We leven in een wereld waarin alles sneller, directer, smakelijker, toegankelijker en stimulerender is geworden. Dat lijkt efficiënt, maar voor het brein betekent het ook: meer verleiding, meer schakelen, meer belasting en minder herstel

We kunnen stellen dat moderne leefstijl per definitie niet neutraal is. Ze bestaat uit een opeenstapeling van prikkels, gemakken, snelheid, kunstmatige beloningen en constante beschikbaarheid. Dat beïnvloedt niet alleen ons gedrag, maar ook onze aandacht, energieregulatie, emotionele stabiliteit en mate van bewust aanwezig zijn.

Veel mensen denken dat hun vermoeidheid, onrust of concentratieproblemen een persoonlijk probleem zijn, terwijl ze vaak ook een logisch gevolg zijn van een omgeving die het brein voortdurend belast, verleidt en conditioneert. Een centrale vraag in deze blog is dan ook: Wat gebeurt er precies met een menselijk brein wanneer de omgeving structureel sterker, sneller en dwingender wordt dan waar het evolutionair op is afgestemd? 

Laten we deze ondervindingen eens onder de loep nemen, en onderzoeken welke elementen van ons huidige leefstijl een aantoonbare impact hebben op ons brein en daarmee ons gedrag, ons bewustzijn en onze energie. Om dat te doen moet eerst in kaart gebracht worden wat onze moderne leefstijl kenmerkt. Onthoudt: we belichten hier factoren die een impact hebben op ons gedrag. Modere leefstijl brengt op veel vlakken positieve bijdragen met zich mee.

figuur 1: Kenmerken van de moderne leefstijl

 

Deze afbeelding laat zien hoe de moderne leefstijl ons brein beïnvloedt. Door constante prikkels zoals notificaties, schermen en snelle beloningen raakt onze aandacht versnipperd en blijft het brein continu actief. Tegelijk zorgt chronische mentale belasting en minder natuurlijke regulatie (zoals beweging, rust en daglicht) ervoor dat herstel uitblijft. In combinatie met directe beschikbaarheid en snelle dopamineprikkels went het brein aan gemak en snelheid, waardoor focus, motivatie en energie voor diepere taken afnemen.

Goed, deze conclusies konden veel lezers vermoedelijk al trekken. Hoe reageert het brein op deze leefstijl?

Waarom dit gebeurt – de biologische basis

Om goed te begrijpen hoe externe factoren effect hebben op ons gedrag in relatie met moderne leefstijlfactoren, moeten we ons verdiepen in de PFC in relatie met stress die omschreven staan in figuur 1: stress signaling pathways that impair prefonrtal cortex structure and function (Arnsten , 2009).

THE PFC Stress vs non stress function

Deze afbeelding laat zien dat je gedrag niet vanuit één plek in het brein ontstaat, maar afhankelijk is van welk systeem op dat moment de overhand heeft. In een kalme, niet-stressvolle situatie start het proces bovenin de hersenen, in de prefrontale cortex (PFC). Dit gebied – met onderdelen zoals de DLPFC (planning en aandacht), de rIPFC (remming van impulsen), de VMPFC (emotieregulatie) en de DMPFC (evaluatie en monitoring) – houdt actief doelen en regels vast. Vanuit daar stuurt het top-down signalen naar subcorticale gebieden zoals het striatum (actie en gewoontes), de hypothalamus (lichaamsregulatie en stressniveau) en de amygdala (emotionele betekenis). Hierdoor worden impulsen als het ware “gefilterd” en ontstaat gedrag dat doordacht, doelgericht en flexibel is: je denkt eerst, remt waar nodig en kiest vervolgens bewust een actie. Onder stress verschuift dit proces. Door stresssignalen (zoals verhoogde noradrenaline en dopamine vanuit het stresssysteem) raakt de werking van de prefrontale cortex verstoord. Hierdoor verliest de PFC haar sturende rol en neemt de amygdala – het gebied dat betrokken is bij dreiging en emotionele relevantie – het over. Het proces begint dan onderin: de amygdala detecteert iets als belangrijk of bedreigend en stuurt sterke bottom-up signalen via de hypothalamus en het striatum naar de rest van het brein. Deze signalen krijgen prioriteit, terwijl de PFC minder goed kan ingrijpen. Het gevolg is dat gedrag sneller, automatischer en emotioneler wordt: aandacht vernauwt zich naar directe prikkels, impulsen worden minder geremd en acties volgen sneller zonder uitgebreide afweging. Het gaat hier dus om één dynamisch systeem dat verschuift afhankelijk van je staat: van top-down controle (denken → sturen → handelen) naar bottom-up reactiviteit (prikkel → emotie → actie) (Arnsten, 2009.

Terug naar de praktijk: waarom is dit systeem relevant?

Na deze uitleg wordt ook duidelijk waarom dit systeem zo relevant is in het dagelijks leven. De kenmerken van moderne leefstijl — zoals constante notificaties, multitasking, tijdsdruk, sociale prikkels en een continue stroom van informatie — houden het brein namelijk vaker in een staat van lichte, maar aanhoudende activatie. Dit zijn geen extreme stressmomenten, maar juist chronische micro-stressoren die het stresssysteem blijven prikkelen. Een interessant voorbeeld is een studie uit 2015 naar telefoonmeldingen en cognitieve prestaties. De reultaten tonen dat telefoonmeldingen een cognitieve ‘switch cost’ veroorzaken: het brein verschuift onbewust aandacht van de hoofdtaak naar de potentiële sociale prikkel – want sociale aandacht is belangrijk voor overleving. Deze ‘switch’ leidt tot meer fouten en tragere reacties. De effecten waren vergelijkbaar in sterkte met de daadwerkelijke telefoongesprekken, wat de impact van passieve meldingen benadrukt (Stotgart et al, 2015).

Door deze micro-stressoren neemt de efficiëntie van de prefrontale cortex af: aandacht wordt sneller onderbroken, werkgeheugen raakt overbelast en het wordt moeilijker om impulsen te remmen of vast te houden aan langetermijndoelen. In de praktijk betekent dit dat gedrag (steeds) minder wordt gestuurd door bewuste intenties “ik ga me focussen”, “ik eet gezond” en vaker door wat op dat moment direct opvalt of het minste moeite kost — zoals je telefoon pakken, blijven scrollen of snel iets eten. 

Tegelijk is dit slechts een deel van het verhaal. Veel van dit gedrag is namelijk niet alleen een reactie op prikkels of stress, maar ook het resultaat van aangeleerde patronen. Door herhaling in dezelfde context worden deze gedragingen steeds efficiënter en automatischer uitgevoerd. Om dat volledig te begrijpen, moeten we daarom ook kijken naar het gewoontesysteem in de basale ganglia en het striatum, waarin gedrag niet alleen wordt getriggerd door het moment, maar ook gevormd wordt door eerdere ervaringen en herhaling (Seger & Spiering, 2011).

Het gewoontesysteem; van bewust gedrag naar automatisme

Naast impulsief gedrag speelt ook het gewoontesysteem in de basale ganglia en het striatum  een centrale rol in hoe we reageren op moderne prikkels. Bekijk figuur 1 nog eens om na te gaan waar de basale ganglia en striatum zich bevinden in het brein. De basale ganglia en stratium liggen diep in de hersenen en maken onderdeel uit van netwerken die betrokken zijn bij gewoontevorming, actie-selectie en automatische gedragingen.

Uit onderzoek blijkt dat dit systeem gespecialiseerd is in het aanleren van stimulus-respons patronen: gedrag dat ontstaat door herhaling en beloning (dopamine), en vervolgens steeds minder bewuste controle vereist. Naarmate een handeling vaker in dezelfde context wordt uitgevoerd, verschuift de aansturing van de prefrontale cortex (doelgericht, bewust) naar het striatum (automatisch, efficiënt). Dit proces verloopt geleidelijk: gedrag wordt sneller, kost minder moeite en wordt minder gevoelig voor de vraag of het nog zinvol of wenselijk is. Belangrijk om op te merken is dat dit systeem niet op zichzelf staat, maar samenwerkt met andere hersengebieden zoals de prefrontale cortex en het geheugensysteem, waarbij verschillende systemen tegelijkertijd actief zijn en concurreren om controle over gedrag. Nog belangijker om te onthouden is dat dit proces crucicaal is voor het brein om goed te functioneren. Waar ligt dan de nuance?

In een moderne omgeving vol herhaalde prikkels — zoals notificaties, ultra-bewerkt voedsel en eindeloze content — worden gewoonteprocessen op meerdere manieren versterkt. Ten eerste zorgt herhaling in dezelfde context ervoor dat het brein sterke koppelingen maakt tussen prikkels en gedrag, waardoor handelingen steeds automatischer worden. Daarnaast spelen snelle en makkelijk toegankelijke beloningen een belangrijke rol: elke kleine positieve uitkomst versterkt de kans dat gedrag opnieuw wordt uitgevoerd. Tegelijkertijd zorgen constante prikkels en lichte stress ervoor dat de prefrontale cortex minder efficiënt functioneert, waardoor bewuste controle afneemt. In zulke momenten valt het brein sneller terug op bestaande, aangeleerde patronen. Het resultaat is dat gedrag niet alleen vaker wordt herhaald, maar ook steeds minder bewust wordt aangestuurd en meer automatisch verloopt. 

Moderne leefstijl creëert daarmee de ideale omstandigheden voor gewoontevorming: veel herhaling, veel beloning en minder controle.

Dat klinkt als ... een verdienmodel?

Supernormale Stimuli & kapitalisme: a match made in heaven

Nu we verschillende oorzaken en gevolgen in kaart hebben gebracht van moderne leefstijl, blijft er nog één belangrijke vraagstuk onbeantwoord: Waarom creeëren we een wereld om onszelf heen die aantoonbaar negatieve impacten heeft op onze kwaliteit van leven? Om die vraag goed te beantwoorden duiken we in het boek: Supernormal Stimuli in modern life van Deidre Barret. 

Supernormale stimuli: Prikkels die sterker zijn dan waar je brein evolutionair voor gemaakt is. 

Supernormale stimuli

Onze instincten zijn niet gemaakt voor de wereld waarin we nu leven. Ze zijn gevormd duizenden jaren geleden, toen we als jagers en verzamelaars leefden op de savannes van Afrika, in een omgeving van schaarste en beperkte prikkels. Vandaag leven we in een compleet andere realiteit, met hoge bevolkingsdichtheid, constante technologische stimulatie en een omgeving die continu signalen afgeeft. Ons brein heeft zich niet kunnen aanpassen aan deze snelle verandering, en juist die mismatch ligt aan de basis van veel moderne problemen. Binnen de dierbiologie bestaat hier een belangrijk concept voor: de supernormale stimulus — prikkels die lijken op iets natuurlijks, maar dan sterker en intenser, waardoor ze ons gedrag krachtig sturen buiten hun oorspronkelijke context. 

Welke prikkels dat zijn, gaan we hieronder behandelen.

Seks (sells) 

Seksuele prikkels zijn van nature al krachtig. Je brein is geëvolueerd om snel te reageren op signalen van vruchtbaarheid, gezondheid, jeugd en symmetrie — omdat deze direct gekoppeld waren aan voortplanting en overleving. In een natuurlijke omgeving waren deze signalen relatief zeldzaam en ingebed in echte interactie. Maar in de moderne wereld zijn ze uitvergroot, geïsoleerd en constant beschikbaar geworden. Denk aan pornografie, seksueel geladen advertenties, cosmetica en plastische chirurgie: allemaal versterken ze specifieke kenmerken die je brein automatisch herkent als “relevant”. Niet omdat ze iets nieuws creëren, maar omdat ze bestaande voorkeuren uitvergroten en verpakken op een manier die direct binnenkomt. Niet alleen prikkels die direct gelinkt zijn aan pornografie komen steeds vaker voor, maar ook indirecte vormen zoals bijvoorbeeld ‘masculiniteit verhogen’ om vervolgens aantrekkelijker te zijn voor potentiële partners. Denk aan de nog steeds actuele trend ‘Looksmaxxing’, waar vooral jonge mensen hun ‘maximale aantrekkingskracht’ of ideale uiterlijk proberen te bereiken door (soms extreme) verzorgingsroutines te volgen. In online communities hitsen mensen elkaar op om chirugrische ingrepen te ondergaan, en creeëren commentaren onder foto’s een zeer negatief zelfbeeld bij de plaaster van de foto’s.

Het gevolg van deze prikkels is dat het brein steeds vaker reageert op overdreven signalen in plaats van op echte mensen en context. Gewone seksualiteit kan daardoor minder prikkelend gaan voelen, terwijl aandacht verschuift naar beeld, fantasie en extremere vormen van stimulatie. Aantrekkingsnormen raken vervormd en verlangen komt los te staan van verbinding. Wat ooit schaars en betekenisvol was, is nu onbeperkt beschikbaar en visueel geoptimaliseerd. Je brein is daar niet voor gemaakt — en precies daarom werkt het zo goed voor de commerciële wereld.

Voedsel

Eten is misschien wel het duidelijkste voorbeeld van een supernormale stimulus. Wat vroeger schaars en waardevol was — suiker, vet, zout en calorieën — is nu overal, continu en in geconcentreerde vorm beschikbaar. Op de savanne moest je moeite doen om deze voedingsstoffen te vinden, dus je brein leerde: zoek dit, onthoud dit, herhaal dit. Dat systeem werkte perfect in een omgeving van schaarste. Maar in de moderne wereld is die context volledig veranderd. Energie is goedkoop geworden, voedsel is constant beschikbaar en door industriële bewerking worden smaken steeds intenser gemaakt. Combineer dat met grote porties, slimme marketing en een omgeving waarin voedsel overal aanwezig is, en je krijgt een systeem dat continu op jouw gedrag inspeelt — zonder dat jij daar bewust voor kiest.

Het gevolg is niet alleen dat we meer eten, maar vooral dat ons natuurlijke regulatiesysteem verstoord raakt. Verzadiging werkt minder goed, ‘normaal’ eten voelt minder aantrekkelijk en we ontwikkelen een voorkeur voor intensiteit in plaats van voeding. Wat ooit hielp om te overleven, wordt nu een patroon dat zichzelf blijft herhalen. We leven niet meer in een voedselomgeving, maar in een permanent verleidingslandschap. Het probleem is niet dat we van lekker eten houden; het probleem is dat ‘lekker’ industrieel is opgeblazen tot een niveau waar je brein moeilijk nee tegen kan zeggen.

van sociale wezens naar sociale media

Als mens zijn we extreem gevoelig voor sociale signalen: gezichten, emoties, status, conflict, verhalen en groepsdynamiek. In een natuurlijke omgeving betekende dat dat je betrokken was bij je groep, relaties opbouwde en leerde van anderen. Maar media hebben die behoefte losgetrokken van echte interactie. Social media, reality-tv en sport kijken geven je een constante stroom van sociale prikkels, zonder dat je zelf hoeft mee te doen. Geen afwijzing, geen inspanning, wel het gevoel van betrokkenheid. Je brein krijgt precies wat het zoekt, maar dan in een vereenvoudigde en versterkte vorm.

Het gevolg is dat we steeds meer sociale ervaring consumeren, en steeds minder echt beleven. Je aandacht wordt gevangen door snelle prikkels, nieuwe beelden en continue variatie — iets waar je brein automatisch op reageert. Dat maakt schermen zo moeilijk weg te leggen. Waar televisie dit proces begon, heeft social media het volledig doorgetrokken: persoonlijker, sneller en eindeloos. Je sociale brein blijft actief, maar je gedrag wordt passiever. Verbinding verschuift naar observatie. En zonder dat je het doorhebt, raak je gewend aan een wereld waarin betrokkenheid geen inspanning meer kost — maar daardoor ook minder echt wordt.

Cuteness

‘Keep it cute”: zegt het bordje die meneer Walt Disney op elk bureau van zijn animators in zijn bedrijf liet plaatsen. Het is niet onopgemerkt gegaan dat Mickey Mouse de dag vandaag nog steeds evolueert in een jongere, schattigere en kinderelijkere versie sinds de befaamde cartoon personage voor het eerst werd geintroduceerd. Denk ook aan teddy bears, Pokémon, Hello Kitty, allemaal voorbeelden waar schattigheid de hoofdrol speelt. Daar zit een reden achter.

Wanneer mensen iets ‘cute’ vinden, is eigenlijk een biologisch mechanisme dat zorggedrag activeert. Het zien van grote ogen, een klein neusje en een rond gezicht schept de impressie van een jong, hulpeloos wezen. Vanuit de evolutie reageren volwassen sterk op signalen van kwestbaarheid en hulpbehoevendheid. We hechten emotioneel waarde aan objecten die verzorgingsinstinct activeren. Deze objecten krijgen onze affectie, onze aandacht.

Grote bedrijven achter Mickey Mouse of Pokémon wisten dat lang geleden al. Niet alleen lust of eten, ook affectie en hechting kunnen ‘gekaapt’ worden. De commerciële wereld heeft ondertussen verschillende instrumenten ter beschikking om ons zorggedrag te activeren. Middels branding, speelgoed, productverpakkingen en zelfs mascottes tijdens shows worden we blootgesteld aan schattigheid en daarmee onbewust (en soms ongewenst) beïnvloed en genurtured producten aan te kopen of gebruik te maken van services. Wij vermoeden dat geen enkele jonge ouder met kind plezierig door de zoetwaren schappen wandelen.

Bezit, geld & status

Waar sommige superstimuli direct zichtbaar zijn, zoals eten of seks, speelt dit mechanisme zich hier subtieler af. Het gaat om instincten rond bezit, status en controle — systemen die ooit essentieel waren voor overleving. In kleine groepen betekende dit: je territorium beschermen, voldoende middelen verzamelen en je familie veiligstellen. Er zat een natuurlijke grens op. Genoeg was ook echt genoeg. Maar in de moderne wereld is die grens verdwenen. Geld en systemen maken het mogelijk om bezit en middelen onbeperkt op te stapelen, los van directe noodzaak. Wat ooit concreet en lokaal was, is nu abstract en schaalbaar geworden.

Daardoor verandert ook hoe dit systeem zich uit in gedrag. De drang om te beschermen wordt al snel defensief, bezit verschuift van middel naar doel en status wordt een constante vergelijking. Voor je brein voelt geld niet als een getal, maar als opgebouwde zekerheid — een buffer tegen onzekerheid. En precies daarom blijft het trekken. Ons brein is niet gemaakt om oneindig te accumuleren, maar om voldoende te hebben. Toch leven we in een omgeving waarin “meer” altijd mogelijk én zichtbaar is. Niet omdat we het nodig hebben, maar omdat het systeem eromheen blijft aanzetten tot verder bouwen, verder vergelijken en verder verzamelen.

Intellectuele superstimuli

Niet alle superstimuli richten zich op directe verlangens zoals eten of seks. Sommige spelen in op iets subtielers: onze drang om te begrijpen, te ontdekken en problemen op te lossen. Als mens zijn we van nature nieuwsgierig. We zoeken patronen, willen systemen doorgronden en halen voldoening uit het oplossen van complexe uitdagingen. Dat zie je terug in puzzels, games, schaak, woordspellen en zelfs in wetenschap en technologie. Op zichzelf is dat waardevol — het heeft ons als soort vooruitgebracht. Maar zodra deze neiging wordt uitvergroot en eindeloos beschikbaar wordt gemaakt, ontstaat er een ander effect. Dan worden we niet alleen nieuwsgierig, maar ook eindeloos betrokken bij systemen die ontworpen zijn om onze aandacht vast te houden.

Het gevolg is dat we steeds meer tijd en energie steken in abstracte werelden die losstaan van ons directe leven. Niet omdat ze noodzakelijk zijn, maar omdat ze mentaal aantrekkelijk blijven. En hier wordt het interessant: dezelfde intelligentie die ons helpt om dit te begrijpen, gebruiken we ook om deze systemen verder te optimaliseren. Technologie, platforms en zelfs voedsel- en mediadesign worden gebouwd met kennis van hoe ons brein werkt. De Netflix documentaire ‘The Social Dilemma’ laat zien hoe gedragspsychologie vanuit kinderen wordt toegepast in technologie.

Onze intelligentie beschermt ons dus niet automatisch tegen superstimuli — ze maakt ze vaak juist effectiever. We zijn slim genoeg om het spel te zien, maar ook slim genoeg om het steeds beter te spelen.

Het brein is niet zwak - de omgeving is sterker geworden

Als we alle besproken thema’s samenbrengen, ontstaat er een helder beeld: veel van de klachten die vandaag als persoonlijk falen worden gezien, zijn in werkelijkheid ook een logisch gevolg van de omgeving waarin we leven. Vermoeidheid, onrust, afleiding, impulsief gedrag, blijven scrollen, snel grijpen naar gemak of moeite hebben met focus ontstaan niet in een vacuüm. Ze ontstaan in een wereld die continu prikkels afgeeft, weinig herstel toelaat en steeds beter begrijpt hoe menselijk gedrag gestuurd kan worden. Ons brein is plastisch en past zich aan, maar dat betekent niet dat elke aanpassing ons ook helpt. Wanneer aandacht voortdurend wordt onderbroken, beloningen steeds sneller beschikbaar zijn en sterke prikkels overal aanwezig zijn, verschuift gedrag makkelijker van bewust gekozen naar automatisch uitgevoerd.

Dat is precies waarom moderne leefstijl zo’n grote impact heeft. Niet omdat het brein “kapot” is, maar omdat het systemen gebruikt die ooit slim en functioneel waren in een totaal andere context. Het stresssysteem helpt ons reageren op relevantie en dreiging. Het gewoontesysteem helpt ons efficiënt gedrag automatiseren. En onze instincten helpen ons zoeken naar voedsel, verbinding, veiligheid, status en betekenis. Maar in een moderne omgeving worden juist die systemen steeds opnieuw aangesproken door supernormale stimuli: prikkels die sterker, sneller en aantrekkelijker zijn dan waar ons brein oorspronkelijk voor is afgestemd. Van ultrabewerkt voedsel tot social media, van seksuele prikkels tot status en eindeloze cognitieve uitdaging — steeds zie je hetzelfde mechanisme terug: iets wat biologisch relevant is, wordt uitvergroot, verpakt en continu beschikbaar gemaakt.

De conclusie is dus niet dat technologie slecht is, of dat comfort en vooruitgang het probleem zijn. De conclusie is dat we zijn gaan leven in een omgeving die menselijk gedrag op grote schaal beïnvloedt, vaak zonder dat we dat bewust merken. En zolang we die omgeving als neutraal blijven zien, blijven we de gevolgen ervan uitleggen als een individueel tekort aan discipline, focus of motivatie. Juist daar zit de nuance. Meer regie begint niet bij harder je best doen, maar bij beter begrijpen waar je brein gevoelig voor is — en hoe de wereld daar dagelijks op inspeelt. Want pas als je ziet hoe het systeem werkt, kun je bewustere keuzes maken binnen een omgeving die daar niet vanzelf om vraagt.

Bronnen

Arnsten, A. F. T. (2009). Stress signalling pathways that impair prefrontal cortex structure and function. Nature Reviews Neuroscience, 10(6), 410–422.

Barrett, D. (2010). Supernormal stimuli: How primal urges overran their evolutionary purpose. W. W. Norton & Company.

Eisenberger, N. I., Lieberman, M. D., & Williams, K. D. (2003). Does rejection hurt? An fMRI study of social exclusion. Science, 302(5643), 290–292.

Holt-Lunstad, J., Smith, T. B., & Layton, J. B. (2010). Social relationships and mortality risk: A meta-analytic review. PLoS Medicine, 7(7), e1000316.

Seger, C. A., & Spiering, B. J. (2011). A critical review of habit learning and the basal ganglia. Frontiers in Systems Neuroscience, 5(66).

Stothart, C., Mitchum, A., & Yehnert, C. (2015). The attentional cost of receiving a cell phone notification. Journal of Experimental Psychology: Human Perception and Performance, 41(4), 893–897.

Volkow, N. D., Wang, G.-J., Fowler, J. S., & Telang, F. (2011). Addiction: Beyond dopamine reward circuitry. Proceedings of the National Academy of Sciences, 108(37), 15037–15042.

Dunbar, R. I. M. (1998). The social brain hypothesis. Evolutionary Anthropology, 6(5), 178–190.

Alter, A. (2017). Irresistible: The rise of addictive technology and the business of keeping us hooked. Penguin Press.

Orlowski, J. (Director). (2020). The Social Dilemma [Film]. Netflix.

Wikipedia contributors. (2026). Looksmaxxing. In Wikipedia, The Free Encyclopedia. https://en.wikipedia.org/wiki/Looksmaxxing

Boek over supernormale stimuli

Het boek Supernormale Stimuli geschreven door Deirdre Barret is uitgebracht in 2010, ruim 15 jaar geleden. Haar review is vandaag de dag nog steeds relevant, evenals de stimuli of triggers uit haar boek. 

Televisie werd social media, the playboy is nu AI porn: de (commerciële) wereld gaat door met de continue versterking & verbetering van deze prikkels. De beste verdediging is het bewustzijn van deze nieuwe leefomgeving. Wij hopen dat dit artikel daar bij heeft geholpen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *